Leivorm

Een leiboom is een boom waarvan de takken in een bepaalde, horizontale richting geleid worden. Elk jaar wordt de boom teruggesnoeid tot op de gesteltakken of "liggers".

Een bekend voorbeeld is de leilinde, die vroeger veel bij boerderijen stond. Ook vruchtbomen worden wel geleid langs bijvoorbeeld zuidmuren of zoals soms bij peren in een perenberceau (perenloofgang).

Leibomen worden tegenwoordig vaak ook aangeplant in moderne tuinen. Wettelijk mag een leiboom op 50 cm van de erfgrens geplant worden, mits ze niet hoger zijn dan 3 meter. Dit is dezelfde afstand die gehanteerd wordt voor aanplant van een haag.

Bomen die geschikt zijn, hebben met elkaar gemeen dat ze goed snoeibaar zijn, geen zogenaamde waterloten maken (takken die bijna in een hoek van 90 graden omhoog groeien), buigzame takken hebben en makkelijk uitlopen. Geschikte kandidaten zijn onder meer de linde, de plataan, de witte en de zwarte moerbei, enkele soorten esdoorn, de amberboom en de laurierkers.

Afbeelding invoegen