Haagplanten

Er zijn veel tuinliefhebbers die kiezen om hun tuin, meestal de achtertuin, af te scheiden van de tuinen van de buren door middel van een haag.

Ook luwte en een mooie achtergrond voor royaal bloeiende planten spelen een rol bij deze beslissing. Bovendien zien we dat hagen in de tuinen zelf steeds belangrijker worden. Ze worden toegepast om de tuinruimte in te delen en dienen dan als basisstructuur. Ze kunnen ook zorgen voor de nodige verrassingselementen.
 
  Afbeelding invoegen

Losse of strakke haag
Het begrip haag kun je ruim interpreteren. Meestal verstaan we er een geschoren haag onder, maar er bestaan ook losse hagen. Voor een geschoren haag komt een beperkter aantal heesters in aanmerking, want niet allemaal verdragen ze regelmatige snoei. Voor een losse haag zijn echter tamelijk veel heesters bruikbaar. Het grootste bezwaar van de losse haag is de ruimte die in beslag genomen wordt. Je kunt je zelfs afvragen of zo’n beplantingsstrook, haag genoemd kan worden. Vaak zien we dat er meerdere soorten gebruikt worden. In aanmerking komen opgaande heesters die op betrekkelijk kleine afstand van elkaar geplant worden: Forsythia (Chinees klokje), Ribes sanguineum (rode ribes), Spirea x vanhouttei (spierstruik), Symphoricarpos (sneeuwbes), Philadelphus (boerenjasmijn), Weigela, Colutea (blazenstruik), Deutzia (bruidsbloem), Kolkwitzia amabilis enzovoort. Het onderhoud blijft beperkt tot het wegknippen van takken die ver uitsteken. Het is natuurlijk niet noodzakelijk meerdere struiken te gebruiken. Ook wilde rozen zoals hondsroos, egelantier, Japanse bottelroos en Virginische roos kunnen worden gebruikt als losse haag.. Ze vormen in ieder geval wel voor een ondoordringbare afscheiding.Overigens kunnen ook leirozen aan horizontaal gespannen draden prima als afscheiding dienst doen. Ook kamperfoelie en bruidssluier komen hiervoor in aanmerking. We hebben het dan over een mengvorm van haag en afscheiding van harde materialen. Nog wat verder gaat een ‘haag’ van bramen, frambozen, aalbessen en druiven.
 
Groenblijvende of bladverliezende haagplanten
Tuinieren is en blijft een kwestie van keuzes maken. Als er voor een strakke haag gekozen is, hebben we weer twee mogelijkheden. Allereerst een haag die ook in de winter groen blijft of toch een haag die alleen in de zomer blad bezit. Voor een bladverliezende haag pleit dat het heerlijk is om in de zomer luierend in de tuin te genieten van privacy en ’s winters kan de blik wat verder wegdwalen. ’s Winters ‘opgesloten’ zitten wordt door veel mensen als minder prettig  ervaren. In zo’n geval is de keuze niet lastig. Naarmate de tuin meer als tuinkamer wordt gezien, kan gekozen worden voor een haag die ’s zomers en ’s winters als groene wand dienst doet. Men kiest dan vaak voor een haag van coniferen.Bij de keuze van de soorten moet er rekening mee worden gehouden dat een hoogte van 150 cm voor een goed privacygevoel wel het minimum is. Worden hagen hoger dan 175 cm, dan kan men dat wat als ingesloten ervaren. Dat is natuurlijk eerder het geval in een kleinere tuin. Hoger dan 200 cm komt niet voor en mag wettelijk ook niet, althans waar het hagen tussen aan elkaar grenzende percelen betreft. Buren kunnen in protest gaan als hagen (maar ook schuttingen) hoger dan 200 cm zijn. Bij lagere hagen (120-150 cm) kijkt u over de haag heen, maar lekker luierend zit u natuurlijk wel ‘uit het zicht’. Hagen tot 100 cm geven eigenlijk geen enkele privacy. Haagjes van 25 à 50 cm worden vaak geplaatst om plantvakken, vooral om vakken keukenkruiden.

De belangrijkste bladverliezende haagplanten
Het begrip bladverliezend moet ruim worden geïnterpreteerd. De drie bekendste haagplanten, haagbeuk, beuk en liguster, behouden hun blad min of meer. Van zowel haagbeuk als beuk blijveneen deel van de  verdorde bladeren in het najaar aan de takken zitten. Bij de haagbeuk wel iets minder dan bij de beuk. De haagbeuk loopt echter eerder uit dan de beuk. Liguster zou je zelfs half wintergroen kunnen noemen. In zachte winters blijft het groene blad. Bij strenge winters bevriest het blad en wordt het blad erg lelijk (bruinachtig).